ECLI:NL:RBROT:2020:3835
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens onvoldoende bewijs van onbetaald laten van schuldeisers
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een faillissementsverzoek ingediend tegen verweerster wegens het niet betalen van een vordering van €23.851,49 en andere kortlopende schulden. Verzoekster baseerde haar steunvorderingen op jaarstukken van verweerster over de periode 2014-2018.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld onder toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de coronacrisis (TARIC). Verweerster is op de zitting niet verschenen, ondanks correcte oproeping.
De rechtbank oordeelt dat, hoewel de hoofdsom niet wordt betwist en daarmee het onbetaald laten van een opeisbare vordering vaststaat, de onderbouwing van steunvorderingen onvoldoende is. De jaarstukken zijn verouderd en geven geen actueel beeld van onbetaalde schuldeisers. Verzoekster kon geen concrete schuldeisers aanwijzen en er ontbreekt een actuele schriftelijke bevestiging van steunvorderingen.
Gezien de verstrekkende gevolgen van faillietverklaring acht de rechtbank het noodzakelijk dat het bestaan van steunvorderingen actueel en concreet wordt aangetoond. Dit is niet gebeurd, zodat het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onbetaald laten van meerdere schuldeisers.