Verzoeker, volledig arbeidsongeschikt verklaard tot 19 april 2021, diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord op te leggen aan schuldeiser Hoist, die niet instemde met een schuldregeling waarbij preferente schuldeisers 23,63% en concurrente schuldeisers 11,81% ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoekschrift ontvankelijk is en voldoet aan wettelijke eisen. Hoewel Hoist bezwaar maakte tegen de financiële transparantie en het gebruik van een auto door verzoeker, acht de rechtbank het voorstel goed gedocumenteerd en gebaseerd op een reële prognose van de afloscapaciteit, mede onderbouwd door schuldhulpverlening.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers, die akkoord gingen, zwaarder dan het belang van Hoist. De regeling biedt een beter resultaat dan een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom beveelt de rechtbank Hoist om in te stemmen met de regeling en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsanering af.