ECLI:NL:RBROT:2020:3837
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord ondanks weigering van één schuldeiser
Verzoekers dienden een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Het verzoek betrof een schuldregeling waarbij preferente en concurrente schuldeisers een percentage van hun vordering ontvangen, gebaseerd op de NVVK-norm en de arbeidsongeschiktheid van verzoekers.
Twaalf van de dertien schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser weigerde dit, omdat zij meende dat verzoekers haar aan het werk hadden gezet terwijl zij de rekeningen niet konden betalen. De rechtbank hield een telefonische zitting waarbij de schuldeiser niet verscheen.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de schuldeiser, die slechts 3% van de totale schuld vertegenwoordigt, niet opwegen tegen de belangen van verzoekers en de overige schuldeisers. De regeling is deskundig getoetst, goed gedocumenteerd en het uiterste wat verzoekers kunnen bieden. De schuldsaneringsregeling zou minder opleveren voor schuldeisers en meer kosten met zich meebrengen.
Daarom werd het verzoek toegewezen, de schuldeiser werd veroordeeld in de proceskosten en het dwangakkoord treedt in de plaats van vrijwillige instemming. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met het dwangakkoord en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.