ECLI:NL:RBROT:2020:3839
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopig verlenen surseance van betaling aan apotheek in Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 april 2020 het verzoek van een apotheek gevestigd te Rotterdam behandeld om voorlopige surseance van betaling te verlenen. De rechtbank stelde vast dat het centrum van voornaamste belangen van de verzoekster in Nederland is gelegen, waardoor zij bevoegd is de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen.
Na beoordeling van de feiten en omstandigheden concludeerde de rechtbank dat er geen belemmeringen zijn voor toewijzing van het verzoek. Op grond hiervan werd aan de apotheek voorlopig surseance van betaling verleend.
Daarnaast werd mr. C. de Jong benoemd tot rechter-commissaris en mr. C.F.W.A. Hamm tot bewindvoerder. De rechtbank bepaalde dat schuldenares en haar schuldeisers op 28 juli 2020 in raadkamer worden gehoord over het verzoekschrift.
De beschikking werd door rechter B.A. Cnossen in het openbaar uitgesproken, waarbij de griffier niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank verleent voorlopig surseance van betaling aan de apotheek en benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder.