De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om een ondertoezichtstelling (ots) van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden vanwege zorgen over een instabiele en onvoorspelbare opvoedsituatie. De Raad stelde dat de problematiek de draagkracht van de ouders overstijgt en dat hulpverlening noodzakelijk is om stabiliteit te waarborgen.
Tijdens de zitting, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, werd het verzoek besproken met betrokkenen waaronder de moeder, vader, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling (GI). De moeder erkende de zorgen maar gaf aan dat de situatie recent is verbeterd doordat het halfbroertje niet meer in huis woont en het contact met de stiefvader door een contactverbod beperkt is. Zij heeft zelf hulp geregeld, waaronder speltherapie voor de minderjarige.
De kinderrechter oordeelde dat ondanks de bestaande zorgen onvoldoende is gebleken dat de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling zijn vervuld. De recente veranderingen in het gezin hebben geleid tot meer rust en de moeder toont bereidheid om de noodzakelijke hulp te accepteren. Daarom werd het verzoek aangehouden tot 25 september 2020 om de voortgang te beoordelen.
De rechtbank benadrukte het belang van een stabiele, veilige en affectieve opvoedomgeving en verwacht dat de moeder de adviezen van de speltherapeut serieus neemt. De Raad wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de volgende zitting een update te geven over de situatie, inclusief de visie van de therapeut en de school.