De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 april 2020 een zaak betreffende ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2004. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland hadden een verzoek ingediend tot verlenging van ondertoezichtstelling en opname in een gesloten jeugdhulpinstelling.
De minderjarige verbleef reeds in een gesloten instelling en was voorlopig onder toezicht gesteld tot 28 april 2020. De Raad verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden en een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden. De gedragswetenschapper had echter geen instemming gegeven voor de gesloten plaatsing.
De ouders en de minderjarige zelf stonden achter het plan om thuis met intensieve hulpverlening te werken, waarbij Multi System Therapie via Skype werd ingezet vanwege de coronamaatregelen. De rechtbank constateerde ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, met zorgen over psychische gesteldheid, agressie, sociaal-emotionele en seksuele ontwikkeling, en spanningen thuis.
De wettelijke criteria voor machtiging gesloten jeugdhulp waren niet vervuld omdat de instemming van de gedragswetenschapper ontbrak. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp af, maar stelde de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling tot 28 april 2021.