De rechtbank Rotterdam heeft op 14 april 2020 een beschikking uitgevaardigd waarbij twee minderjarigen, geboren in 2004 en 2013, onder toezicht worden gesteld en machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor de duur van negen maanden. Dit besluit volgt op ernstige zorgen over hun ontwikkeling, veroorzaakt door een onveilige en instabiele thuissituatie met onder meer ernstige vervuiling, verwaarlozing en fysiek geweld.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de samenwerking met haar verloopt moeizaam. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond hebben het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ingediend. De moeder ontkent kindproblematiek en stelt dat ambulante hulpverlening volstaat, maar erkent de problemen in huis niet volledig.
De minderjarigen verblijven momenteel in een jeugdhulpaccommodatie en een pleeggezin. De rechtbank acht de uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding, gelet op de meervoudige problematiek, waaronder verwaarlozing, buitensporige straffen en onvoldoende emotionele ondersteuning. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.