De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor drie minderjarige kinderen, waarbij de situatie was gewijzigd ten opzichte van een eerdere beschikking. De kinderen verbleven aanvankelijk bij de moeder met weinig contact met de vader, maar door overbelasting van de moeder zijn zij inmiddels bij de vader gaan wonen en is het contact met de moeder minimaal.
De moeder verzocht om vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing en vaststelling van een nieuwe zorgregeling. De bijzondere curator en de gecertificeerde instelling (GI) adviseerden dat de GI de zorgregeling in overleg met de ouders zou vormgeven. Zowel vader als moeder stemden hiermee in.
Vanwege de coronamaatregelen vond de behandeling telefonisch plaats. De rechtbank oordeelde dat dit voldoende was en stelde vast dat de eerdere regeling niet meer passend was. De GI werd aangewezen om de zorg- en opvoedingstaken te verdelen, met het oog op het belang van de kinderen en het herstel van contact met de moeder.
De beschikking werd mondeling uitgesproken op 14 april 2020 en schriftelijk vastgesteld op 24 april 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.