ECLI:NL:RBROT:2020:3937
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz
De officier van justitie verzocht op 9 april 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 8 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in GGZ Delfland te Schiedam. De mondelinge behandeling vond plaats op 10 april 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat en behandelaars telefonisch werden gehoord. De officier was niet aanwezig.
De rechtbank beoordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, omdat betrokkene een suïcidepoging had gedaan vanuit een paranoïde psychotisch beeld dat inmiddels deels was verschoven naar een depressief toestandsbeeld. De noodzaak tot diagnostiek en klinische behandeling werd onderstreept. Betrokkene betwistte het bestaan van de stoornis en het ernstig nadeel, maar de rechtbank vond de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel aanwezig.
De verplichte zorgmaatregelen omvatten opname, medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek van persoon en verblijfsruimte. Er was sprake van verzet tegen zorg, waardoor minder bezwarende alternatieven ontbraken. De maatregelen werden als evenredig en effectief beoordeeld. De machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 1 mei 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.