ECLI:NL:RBROT:2020:3945
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, lijdend aan schizofrenie en middelenmisbruik, was niet bereid zich te laten horen ondanks meerdere pogingen van zijn advocaat en behandelaar. De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel en agressie.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren. Vrijwillige zorg was niet mogelijk omdat betrokkene zich onttrok aan behandeling. De voorgestelde verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, en andere maatregelen, met uitzondering van bezoekbeperkingen.
Gezien de weigering van betrokkene om gehoord te worden en de bijzondere omstandigheden door de coronapandemie, werd de zorgmachtiging voor een verkorte duur van twee maanden toegekend. Betrokkene krijgt na opname alsnog de mogelijkheid zijn mening te uiten. De beschikking is op 16 april 2020 mondeling gegeven en op 21 april schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor twee maanden met verplichte zorgmaatregelen, behalve bezoekbeperkingen.