ECLI:NL:RBROT:2020:3956
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en/of niet aangeboren hersenletsel gecombineerd met persoonlijkheidsproblematiek. Er bestaat nog onduidelijkheid over de diagnose, mede doordat de familie een procedure voert tegen de GGZ wegens vermeende medische fouten.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat betrokkene door haar psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op ernstige psychische schade voor haar steunsysteem, agressie van derden, zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk omdat betrokkene niet bereid is mee te werken aan behandeling of diagnostiek op een andere locatie.
De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatietoediening, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. Andere vormen van verplichte zorg zijn niet noodzakelijk bevonden. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, met het oog op verdere diagnostiek en zorgplanning. De rechtbank wijst het verzoek toe ondanks het verweer van de advocaat dat de diagnose zwakbegaafdheid geen grond is voor een Wvggz-machtiging, omdat de diagnose nog niet definitief is vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.