De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 april 2020 de verzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en verlenging van de uithuisplaatsing van vijf minderjarige kinderen. De kinderen verblijven in netwerkpleeggezinnen vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door verwaarlozing en de problematische opvoedsituatie bij de moeder, die een behandeling ondergaat.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar is vanwege haar persoonlijke problematiek niet in staat de bedreigde ontwikkeling van de kinderen zelfstandig af te wenden. De Raad verzocht om ondertoezichtstelling voor twaalf maanden en verlenging van de uithuisplaatsing voor negen maanden. De moeder had geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling, maar wel tegen de duur van de uithuisplaatsing, mede vanwege privacyproblemen bij videobellen met jonge kinderen.
De kinderrechter oordeelde dat aan het wettelijke criterium voor ondertoezichtstelling is voldaan en stelde de kinderen onder toezicht voor twaalf maanden. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd tot 27 juli 2020, korter dan verzocht, omdat verwacht wordt dat de behandeling van de moeder dan vergevorderd is. De verdere behandeling van de verzoeken werd aangehouden en een nieuwe zitting gepland.
De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter C.N. Melkert. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.