ECLI:NL:RBROT:2020:4011
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht op 3 april 2020 om voortzetting van een op 2 april 2020 opgelegde crisismaatregel tegen betrokkene, die zich bevindt in een psychotische toestand met agressief en suïcidaal gedrag. De mondelinge behandeling vond plaats op 6 april 2020, waarbij betrokkene en een verpleegkundig specialist telefonisch werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat aan de criteria van artikel 7:7 en Pro 7:8 Wvggz was voldaan: er was sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis, en de crisismaatregel was noodzakelijk om dit nadeel af te wenden. De crisissituatie was zo ernstig dat de reguliere zorgmachtigingsprocedure niet kon worden afgewacht.
De verplichte zorg omvatte medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen de zorg en had een ontslagwens, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De rechtbank achtte de maatregelen evenredig en effectief en verleende de machtiging tot en met 27 april 2020.
De beschikking werd mondeling gegeven op 6 april 2020 door rechter L.M. Coenraad en schriftelijk uitgewerkt op 9 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis.