ECLI:NL:RBROT:2020:4038
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie heeft bij verzoekschrift van 24 april 2020 gevraagd om voortzetting van een op 23 april 2020 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De mondelinge behandeling vond plaats op 28 april 2020, waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord vanwege COVID-19 maatregelen. De officier van justitie was niet aanwezig omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel is voldaan: er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, vermoedelijk een waanstoornis of schizofrenie. Betrokkene vertoonde agressief en hinderlijk gedrag, weigerde medicatie en verblijft momenteel in een beveiligde kamer. Terugkeer naar huis zou spanningen en agressie doen toenemen.
De verplichte zorg omvat medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid waaronder inname van communicatiemiddelen en opname in een accommodatie. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel wordt als evenredig en effectief beoordeeld.
De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, tot en met 19 mei 2020, en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.