ECLI:NL:RBROT:2020:4042

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 april 2020
Publicatiedatum
1 mei 2020
Zaaknummer
C/10/594844 / FA RK 20-2610
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De officier van justitie verzocht op 14 april 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 11 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in Antes Bouman te Rotterdam. De rechtbank hield op 15 april 2020 een mondelinge behandeling, waarbij betrokkene, zijn advocaat en een psychiater werden gehoord.

De rechtbank beoordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door een psychische stoornis (schizofrenie en autisme). Betrokkene heeft eerder zelfmoordpogingen gedaan en vertoont destructief gedrag. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank achtte noodzakelijke vormen van verplichte zorg het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. De vrijwilligheid van betrokkene om medicatie te nemen werd niet aannemelijk geacht. Andere zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. De maatregel is evenredig en effectief, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, tot en met 6 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594844 / FA RK 20-2610
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes Bouman te Rotterdam,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 11 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 11 april 2020;
 de medische verklaring opgesteld door drs. T. Ungurean, psychiater, van 11 april 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2020.
Bij deze gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. corona) telefonisch gehoord:
 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
 drs. [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Antes Bouman.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang, ernstige materiële schade en de algemene veiligheid van goederen.
Niet betwist is dat betrokkene voorafgaand aan zijn opname tot twee keer toe heeft geprobeerd zelfmoord te plegen. Eenmaal door inname van een overdosis drugs en eenmaal door inname van een overdosis medicatie. De advocaat van betrokkene voert aan dat in het geval van een crisismaatregel sprake moet zijn van acuut levensgevaar en dat dat niet het geval is. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Betrokkene is weliswaar op dit moment niet acuut suïcidaal, maar uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene zich tijdens zijn opname in de polsen heeft gesneden. Bovendien verklaart de psychiater ter zitting dat betrokkene nog steeds stemmen hoort en dat hij veel lijdensdruk van zijn stoornis ervaart waardoor hij, indien hij de kans krijgt, meer drugs gaat gebruiken. Daarnaast vindt de psychiater betrokkene nog somber. Gezien deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een aanzienlijk risico bestaat, dat betrokkene weer een zelfmoordpoging zal doen als hij nu naar huis zou mogen.
Verder is betrokkene bekend met misbruik van diverse soorten drugs. Dit misbruik is voor de opname verergerd. Hij heeft hierdoor spullen in zijn woning vernield en zijn woning maakte een verwaarloosde indruk. De psychiater heeft ter zitting verklaard dat de woning van betrokkene nauwelijks bewoonbaar is en dat de verhuurder van de woning overweegt betrokkene uit de woning te zetten. Ook in de instelling vertoont betrokkene destructief gedrag. Zo heeft hij een kast in zijn kamer vernield, aldus de psychiater.
2.1.4.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en autisme.
2.1.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis;
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het opnemen in een accommodatie.
De rechtbank gaat daarmee voorbij aan de stelling van de advocaat van betrokkene dat betrokkene bereid is om vrijwillig medicatie te nemen, aangezien de psychiater heeft verklaard dat betrokkene nog altijd stemmen hoort en de instelling wenst te verlaten. Hierdoor acht de rechtbank zijn bereidheid tot consistent medicatiegebruik niet betrouwbaar, terwijl dergelijk medicatiegebruik cruciaal is voor de behandeling van betrokkene.
2.2.2.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. De psychiater heeft ter zitting verzocht om wel een machtiging voor de zorgvormen “insluiten” en “uitoefenen van toezicht op betrokkene” te verlenen. De rechtbank gaat hieraan voorbij, nu de psychiater desgevraagd heeft verklaard dat niet voorzienbaar is dat deze zorgvormen gedurende de duur van de machtiging zullen moeten worden ingezet, maar dat het desondanks handig is om de mogelijkheid daartoe achter de hand te hebben. Een dergelijke onderbouwing voldoet niet aan de wettelijke eis dat de zorgvorm noodzakelijk moet zijn om het nadeel af te wenden.
2.2.3.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.4.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 mei 2020.
Deze beschikking is op 15 april 2020 mondeling gegeven door mr. L.M. Coenraad, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Panhuizen, griffier, en op 24 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.