Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
2..De verdere beoordeling
3..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert Iza Zorgverzekeraar betaling van openstaande zorgverzekeringspremies van gedaagde over de periodes september 2016 tot en met december 2016, deels oktober 2014 en deels december 2014. De kantonrechter heeft gedaagde in een tussenvonnis de gelegenheid gegeven bewijs te leveren van betaling van deze premies.
Gedaagde heeft diverse betaalbewijzen ingediend, waarop Iza heeft gereageerd dat een deel van deze betalingen ten onrechte op de polis van een derde persoon, de heer [naam], zijn geboekt. Hierdoor konden deze betalingen niet als bewijs gelden voor voldoening van de gevorderde premie. Daarnaast waren sommige betalingen reeds in mindering gebracht op oudere openstaande premies.
Uiteindelijk is vastgesteld dat gedaagde slechts voor één betaling van €75,46 heeft bewezen dat deze correct was voldaan. De totale vordering van €1.555,11 is door Iza beperkt tot €500, welk bedrag door de kantonrechter is toegewezen. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 met wettelijke rente en proceskosten wegens onvoldoende bewijs van betaling van zorgverzekeringspremies.