ECLI:NL:RBROT:2020:4071
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie en vertoont verergerde psychotische klachten met agressief gedrag, maatschappelijke teloorgang en beperkt ziekte-inzicht. Hij is recent zijn woning kwijtgeraakt en verblijft momenteel in een zorginstelling.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis en dat er geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg beschikbaar zijn. Betrokkene weigert vrijwillige behandeling, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is om zijn geestelijke gezondheid te stabiliseren en ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank bepaalde dat verplichte zorg mag bestaan uit medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, controle op middelengebruik en opname in een accommodatie. De maatregelen worden voor zes weken opgelegd met mogelijkheid tot verlenging tot maximaal zes maanden, afhankelijk van het vinden van een geschikte beschermde woonvorm.
De zorgmachtiging is verleend voor de duur van zes maanden en geldt tot en met 20 oktober 2020. De beschikking is mondeling gegeven op 20 april 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 23 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel door psychische stoornis af te wenden.