ECLI:NL:RBROT:2020:4072
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 20 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Het verzoek volgde op een voortzetting van een crisismaatregel die was genomen vanwege een ernstige crisissituatie. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, zoals risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank verwierp het ontvankelijkheidsverweer dat het verzoek te laat zou zijn ingediend en oordeelde dat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg van toepassing is, niet de Wet Zorg en Dwang. Uit medische verklaringen en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene onvoldoende ziektebesef heeft en niet bereid is vrijwillige zorg te accepteren, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank achtte het toedienen van medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie noodzakelijk, maar beperkte de duur van bewegingsvrijheid, insluiting en opname tot maximaal vier weken. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden tot en met 20 oktober 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.