ECLI:NL:RBROT:2020:4073

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 april 2020
Publicatiedatum
4 mei 2020
Zaaknummer
C/10/594759 / FA RK 20-2559
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstige psychische stoornis

De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, die lijdt aan een paranoïde schizofrenie en momenteel verblijft in een klinische setting. Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn broer en de behandelend psychiater telefonisch gehoord. De rechtbank stelde vast dat betrokkene onvoldoende ziektebesef heeft en niet bereid is vrijwillige zorg te accepteren. De noodzakelijke verplichte zorg omvat het toedienen van vocht, voeding, medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de verplichte zorg evenredig en effectief is. De zorgmachtiging wordt daarom voor de duur van zes maanden verleend, met als doel het afwenden van ernstig nadeel en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594759 / FA RK 20-2559
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats berokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan Kijvelandsekade 1, 3172 AB Poortugaal,
waar betrokkene thans verblijft in Fivoor, locatie FPA.
advocaat mr. S.R. Kwee te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 april 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de medische verklaring opgesteld door M.A.V. Verschuer, psychiater, van 7 april 2020;
 de zorgkaart van 3 april 2020 met bijlagen;
 het zorgplan van 1 april 2020 met bijlagen;
 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
 het bericht dat er geen relevante politiegegevens voor betrokkene zijn, en
 de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. corona) telefonisch gehoord
 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
 [naam broer betrokkene] , broer van betrokkene;
 [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Fivoor.
1.2.
De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van een persoon wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Indien het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor een persoon geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van een persoon te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van een persoon te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.
2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene ilijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, van het paranoïde type.
2.1.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept. De psychose van betrokkene heeft betrekking op zijn poppenverzameling en de stemmen en wanen die daarmee gepaard gaan. Hij ervaart veel angst rondom deze gedachten. Betrokkene is opgenomen nadat hij zijn onderbuurman had bedreigd met een mes, omdat hij dacht dat deze man voornemens was om hem of zijn poppenverzameling iets aan te doen. Daarbij komt dat betrokkene onder invloed van deze stemmen soms weinig tot niet eet en drinkt, waardoor hij fors is vermagerd. De afgelopen tijd gaat het beter met betrokkene, maar de psychose is thans nog niet remissie. Er is sprake van een zeer beperkte zelfzorg en er is begeleiding nodig bij de Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL). Het is op dit moment te vroeg om de accommodatie te verlaten. Betrokkene is gebaat bij veel structuur en het is ook de verwachting dat hij in de toekomst niet meer zonder deze structuur kan. Hij is afhankelijk van de geleverde 24-uur ondersteuning in de klinische setting en niet in staat om deel te nemen aan het maatschappelijk leven.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.2.2.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Er is een beperkt ziektebesef en –inzicht bij betrokkene en er zijn momenten dat betrokkene twijfelachtig is over het effect van de medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te kunnen wenden:
 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 het beperken van de bewegingsvrijheid, en
 het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.2.4.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2020.
Deze beschikking is op 20 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 23 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.