ECLI:NL:RBROT:2020:4074
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie, mogelijk in combinatie met middelenmisbruik, en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en agressie jegens medepatiënten. Ondanks het gebruik van antipsychotica is betrokkene nog psychotisch en weigert hij medicatiewijziging, wat noodzakelijk is voor stabilisatie.
De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het beperkte ziektebesef en de onwil van betrokkene. De verplichte zorg is noodzakelijk, evenredig en effectief om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De toegewezen maatregelen omvatten onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting, lichamelijk onderzoek, controle op gedrag-beïnvloedende middelen, beperkingen in communicatie en bezoek, en opname in een accommodatie.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, waarbij de rechtbank expliciet aangeeft dat minder bezwarende alternatieven ontbreken en de gevraagde maatregelen medisch zijn onderbouwd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met diverse vormen van verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.