ECLI:NL:RBROT:2020:4077
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een gedesorganiseerde psychose bij schizofrenie en middelengebruik.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene onvoldoende ziektebesef en -inzicht heeft, en ondanks medicatie en begeleiding nog steeds alcohol gebruikt, wat leidt tot een verhoogd risico op ernstig nadeel zoals levensgevaar, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene woont in een Intensief Beschermd Wonen (IBW) voorziening waar gebruik van middelen deels is toegestaan.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren. De verplichte zorg omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek en controle op gedrag-beïnvloedende middelen, en opname in een accommodatie. Echter, opname, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht mogen pas worden toegepast als andere vormen van zorg niet langer toereikend zijn en dit wordt ondersteund door een actuele onafhankelijke medische verklaring.
Daarnaast wordt betrokkene verplicht mee te werken aan dagstructuur en dagbesteding binnen de IBW. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden en het zorgplan dient hierop te worden aangepast. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.