ECLI:NL:RBROT:2020:4078

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 april 2020
Publicatiedatum
4 mei 2020
Zaaknummer
C/10/595361 / FA RK 20-2842
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz wegens psychotische stoornis

De officier van justitie verzocht op 22 april 2020 om voortzetting van een op 21 april 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis en niet in staat is voor haar jonge zoon te zorgen. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 april 2020 werden betrokkene en haar behandelaars telefonisch gehoord.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en psychische schade, veroorzaakt door een psychotische stoornis. Betrokkene vertoont katatone kenmerken, paranoïde wanen en weigert regelmatig voeding en medicatie. De crisissituatie is te ernstig om de procedure voor een zorgmachtiging af te wachten.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder toediening van voeding, medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting en opname in een accommodatie, voor een periode van drie weken. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De maatregelen zijn evenredig en gericht op het afwenden van ernstig nadeel.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 15 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/595361 / FA RK 20-2842
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum betrokkene] , te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode] te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam,
advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 21 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 21 april 2020;
 de medische verklaring opgesteld door drs. P.T. Vinther, psychiater, van 21 april 2020;
 het bericht dat er geen relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens voor betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 april 2020.
Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. corona) telefonisch gehoord:
 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
 [naam a.i.o.] , arts in opleiding tot specialist en [naam psychiater] , psychiater, beiden, verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam.
1.3.
De officier is telefonisch niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene heeft drie jaar geleden in Indonesië een psychotische episode doorgemaakt. Sinds één week eet en slaapt betrokkene nauwelijks en zijn er paranoïde wanen. Zo is zij ervan overtuigd dat zij bezeten is door zwarte magie. Betrokkene is niet meer in staat voor haar zoon van drie maanden te zorgen. Haar echtgenoot is overbelast geraakt door de zorg voor betrokkene en de jonge baby. Op de afdeling worden katatone kenmerken waargenomen en is er sprake van achterdocht. Vanuit deze achterdocht weigert betrokkene regelmatig voeding, vocht en medicatie. Betrokkene is thans onvoldoende gestabiliseerd om de accommodatie te kunnen verlaten. Zij dient nader te worden ingesteld op mediatie.
2.1.4.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis, nog onduidelijk in welk kader.
2.1.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het insluiten;
 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
 het opnemen in een accommodatie,
allen voor de duur van drie weken.
2.2.2.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is eerder in de thuissituatie intensieve thuisbehandeling opgestart om betrokkene vrijwillig en ambulant te behandelen. Deze zorg werd echter door betrokkene geweigerd.
2.2.4.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2020.
Deze beschikking is op 24 april 2020 mondeling gegeven door mr. H.I. Kernkamp-Maathuis, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 24 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.