Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 18 februari 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Gedaagde onderging op 2 mei 2019 een tandheelkundige behandeling waarvoor een bedrag van €315,00 in rekening werd gebracht. De zorgverzekeraar vergoedde €252,00, waardoor een restant van €63,00 resteerde. De praktijk droeg de vordering over aan Infomedics, die dit bedrag bij gedaagde incasseerde.
Infomedics vorderde betaling van €105,68, bestaande uit de hoofdsom, rente en incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Gedaagde stelde dat zij een billijke betalingsregeling had getroffen en verzocht om matiging van de kosten vanwege haar financiële situatie.
De kantonrechter oordeelde dat slechts het bedrag van €63,00 verschuldigd was, omdat dit het overeengekomen restant was. Gedaagde was in verzuim en daarom wettelijke rente verschuldigd, maar de eerder berekende rente over €315,00 werd afgewezen. De incassokosten van €40,00 werden toegewezen omdat de aanmaning aan wettelijke vereisten voldeed.
Het verzoek tot matiging van de proceskosten werd afgewezen, aangezien de financiële omstandigheden van gedaagde geen grond vormden voor vermindering. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €63,00, incassokosten van €40,00 en wettelijke rente, met veroordeling in proceskosten.