Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1 en 2;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden met aftrek van voorarrest, alsmede oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), inhoudende een contactverbod ten aanzien van de aangeefster en een locatieverbod rondom haar woning.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
5.Waardering van het bewijs
6.Strafbaarheid feit
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf en maatregel
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
dadelijk uitvoerbaaris;
€ 21.985,15 (zegge: eenentwintigduizend negenhonderdvijfentachtig euro en vijftien cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 20.000,= vanaf 31 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en de wettelijke rente over een bedrag van € 1.985,15 vanaf 3 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 21.985,15(hoofdsom
zegge: eenentwintigduizend negenhonderdvijfentachtig euro en vijftien cent), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 20.000,= vanaf 31 december 2012 tot aan de dag van de algehele voldoening en over een bedrag van € 1.985,15 vanaf 3 februari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom
te vervangen door 144 dagen gijzeling.De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;