ECLI:NL:RBROT:2020:4182

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
8 mei 2020
Zaaknummer
C/10/590219 / JE RK 20-222 & 593415 / JE RK 20-748
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en problematiek moeder

De rechtbank Rotterdam heeft op 14 april 2020 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2019, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling en problematiek bij de moeder. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en verblijft met de minderjarige in het Babyhuis.

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling voor twaalf maanden, nadat een eerder verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing was ingetrokken. De moeder heeft een belast verleden, functioneert op een beneden gemiddeld intelligentieniveau en gebruikte regelmatig drugs. De minderjarige is te vroeg geboren en heeft een achterstand in groei en ontwikkeling.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ondersteunt het verzoek en benadrukt de noodzaak van begeleiding en toezicht. De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling en waardeert de hulp. De kinderrechter acht telefonisch horen voldoende en stelt vast dat de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro zijn vervuld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt tot 14 april 2021.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/590219 / JE RK 20-222 & 593415 / JE RK 20-748
datum uitspraak: 14 april 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2019 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikkingen van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 januari 2020 en 3 februari 2020 en de aan die beschikkingen ten grondslag liggende stukken;
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 16 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 18 maart 2020;
- de brief van de Raad van 30 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 1 april 2020.
De mondelinge behandeling van de zaak stond gepland op 14 april 2020. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft de betrokkenen telefonisch, in een zogenoemde conference call, gehoord.
Gehoord zijn, in aanwezigheid van de griffier:
- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), mw. [naam vertegenwoordigster 2] .
De vader, dhr. [naam vader] , die was opgeroepen als informant, is in de gelegenheid gesteld om telefonisch te worden gehoord.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam minderjarige] verblijft met de moeder in het Babyhuis.
Bij beschikking van 24 januari 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 24 april 2020.

De verzoeken.

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/10/590219 / JE RK 20-222. Op 13 maart 2020 heeft de Raad ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verzocht. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/10/593415 / JE RK 20-748. Bij brief van 30 maart 2020 heeft de Raad dit laatste verzoek ingetrokken.
De Raad heeft het verzoek tot ondertoezichtstelling gehandhaafd en als volgt toegelicht. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de hulpverlening voor de moeder en [voornaam minderjarige] te waarborgen. De relatie tussen de ouders is inmiddels beëindigd. De moeder verblijft sinds 1 april 2020 met [voornaam minderjarige] in het Babyhuis. De moeder is betrokken en van goede wil, maar vanwege haar eigen problematiek en haar beneden gemiddelde intelligentieniveau is het noodzakelijk dat een neutrale derde zicht houdt op de situatie. Daarnaast dient er zicht te komen op het middelengebruik van de moeder.

Het standpunt van de GI

De GI heeft zich aangesloten bij het verzoek van de Raad. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij moet wel wennen aan zijn nieuwe omgeving. De moeder wil het graag goed doen, maar dit zorgt wel voor stress bij haar en deze spanningen kan [voornaam minderjarige] ook voelen. [voornaam minderjarige] loopt achter qua gewicht en lengte en krijgt hier speciale voeding voor. De moeder kan maximaal negen maanden in het Babyhuis blijven. De GI heeft de moeder gecomplimenteerd met het feit dat zij ondanks tegenslagen openstaat voor de begeleiding en positieve stappen zet.

Het standpunt van de belanghebbende

De moeder heeft te kennen gegeven in te stemmen met de ondertoezichtstelling. De moeder vindt het fijn dat zij hulp krijgt en dat zij kan laten zien dat zij de opvoeding van [voornaam minderjarige] goed kan vormgeven.

De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat in deze zaak telefonisch horen voldoende is om tot een goed oordeel te komen over het verzoek en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
Aangezien de Raad het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen heeft ingetrokken, kunnen de gronden hiervan niet langer worden onderzocht. De kinderrechter zal dit verzoek dan ook afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam tot 14 april 2021;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 april 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.