Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:4185

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 mei 2020
Publicatiedatum
8 mei 2020
Zaaknummer
FT RK 20-264
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 FaillissementswetArt. 8 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging faillissementsvonnis en vaststelling curatorvergoeding

De besloten vennootschap Klimaattechniek B.V. heeft verzet ingesteld tegen het vonnis van 21 april 2020, waarin zij in staat van faillissement werd verklaard. De rechtbank Rotterdam heeft het verzoekschrift ontvangen op 1 mei 2020 en heeft op basis van de stukken en de bevindingen van de curator en partijen uitspraak gedaan zonder mondelinge behandeling.

De curator heeft bevestigd dat verzoekster zekerheid heeft gesteld voor zijn salaris en verschotten. Partijen hebben tevens een betalingsregeling getroffen. De rechtbank heeft vastgesteld dat niet is gebleken dat verzoekster is opgehouden met betalen, waardoor het faillissement niet gerechtvaardigd is.

Daarom vernietigt de rechtbank het eerdere vonnis van faillissement en stelt zij het salaris van de curator vast op €1.445,40 exclusief omzetbelasting en de verschotten op €57,82 exclusief omzetbelasting, welke bedragen ten laste van verzoekster komen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitkomst: Het faillissementsvonnis van 21 april 2020 wordt vernietigd en het salaris en de verschotten van de curator worden vastgesteld ten laste van verzoekster.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzet gegrond
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 7 mei 2020
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] Klimaattechniek B.V.,
gevestigd aan de Stalpaertstraat 7
3067 XS Rotterdam,
verzoekster,
advocaat: mr. J. Smael,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van
21 april 2020, waarbij zij op verzoek van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[namen] B.V.,
gevestigd te Gorinchem,
verweerster,
advocaat: mr. M.M.H. de Ruijter-van den Brand,
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. E. van Gruijthuijsen als curator.

1.De procedure

Het verzoekschrift is op 1 mei 2020 ter griffie ontvangen.
Bij bericht van 6 mei 2020 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen.
Bij e-mailberichten van 6 mei 2020 hebben de advocaten van partijen de rechtbank bericht dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen.
Bij e-mailbericht van 6 mei 2020 heeft de curator de rechtbank bericht dat verzoekster zekerheid heeft gesteld voor zijn salaris en verschotten.
De rechtbank doet met instemming van partijen en de curator uitspraak op stukken.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt op grond van de berichten van partijen en de curator vast dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 21 april 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 21 april 2020, waarbij verzoekster in staat van faillissement is verklaard;
  • stelt het salaris van de curator vast op € 1.445,40 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster;
- stelt de verschotten vast op € 57,82 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2020. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.