ECLI:NL:RBROT:2020:4225
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht om voortzetting van een op 9 april 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een psychiatrische instelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 10 april 2020, waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord, evenals twee verpleegkundigen van de instelling.
De rechtbank beoordeelde op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang met artikel 7:8 Wvggz Pro dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een floride psychotisch toestandsbeeld, vermoedelijk schizofrenie. Betrokkene vertoonde hallucinaties, achterdocht en bizar gedrag, wat leidde tot gevaar voor zichzelf en anderen. De crisissituatie was zo ernstig dat de reguliere procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
De rechtbank achtte het noodzakelijk om de crisismaatregel voort te zetten met verplichte zorg in de vorm van medicatietoediening, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Andere vormen van zorg werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor de duur van één week, tot en met 17 april 2020. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor de duur van één week.