ECLI:NL:RBROT:2020:4241
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 april 2020 het verzoek van het CIZ tot een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementiesyndroom vermoedelijk Alzheimer, met agressie en achterdocht.
De rechtbank beoordeelde of aan de voorwaarden van artikel 26 Wzd Pro was voldaan: het gedrag van de cliënt moest leiden tot ernstig nadeel, opname en verblijf moesten noodzakelijk zijn om dit te voorkomen, en er mochten geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. De medische verklaring van een sociaal geriater werd als deskundig erkend, ondanks het ontbreken van een officieel medisch specialisme.
De cliënt vertoonde ernstige cognitieve stoornissen en agressief gedrag, met een ernstig risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De mantelzorger kon de zorg niet meer dragen. De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk en geschikt was en dat de cliënt zich tegen opname verzette.
De rechter verleende daarom de machtiging voor zes maanden, tot en met 16 oktober 2020, waarmee werd voldaan aan de wettelijke criteria van de Wet zorg en dwang.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.