ECLI:NL:RBROT:2020:4276
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor drie maanden
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniforme stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene door zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder het risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is recent gestopt met medicatie, wat kan leiden tot decompensatie en noodzakelijke opname. Betrokkene toont onvoldoende ziektebesef en weigert vrijwillige zorg, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank acht het toedienen van medicatie en medische controles noodzakelijk en evenredig om het ernstig nadeel af te wenden. Andere vormen van verplichte zorg zijn niet gemotiveerd. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De zorgmachtiging wordt daarom toegekend voor een verkorte duur van drie maanden, tot en met 8 augustus 2020.
De beschikking is mondeling gegeven door rechter A.C. Hendriks en schriftelijk vastgelegd op 12 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor drie maanden met verplichte medicatie en medische controles om ernstig nadeel af te wenden.