ECLI:NL:RBROT:2020:4280
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van polymiddelengebruik met ernstig nadeel
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) vanwege polymiddelengebruik door betrokkene. Uit medische verklaringen en het zorgplan bleek dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De advocaat van betrokkene voerde verweer dat er geen sprake is van een psychische stoornis of ernstig nadeel, en dat betrokkene niet dakloos is en geen ondergewicht heeft. De rechtbank verwierp dit verweer op basis van het dossier en de medische stukken. Er is vastgesteld dat betrokkene onvoldoende bereid is tot vrijwillige zorg en dat verplichte zorg noodzakelijk is om terugval in middelengebruik te voorkomen.
De rechtbank achtte het beperken van bewegingsvrijheid, onderzoek aan kleding of lichaam en opname in een accommodatie als noodzakelijke vormen van verplichte zorg. Andere gevraagde maatregelen werden niet toegewezen wegens onvoldoende motivatie. De zorgmachtiging wordt toegekend voor een verkorte duur van twee maanden, met het oog op het afwenden van ernstig nadeel en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor twee maanden om verplichte zorg te verlenen wegens polymiddelengebruik met ernstig nadeel.