De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West om een machtiging tot uithuisplaatsing te verkrijgen voor een minderjarige die momenteel verblijft in een gesloten groep van Intermetzo. De ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp waren reeds verlengd tot mei 2021.
De GI verzocht aanvankelijk om een machtiging voor gesloten opname, maar wijzigde dit verzoek tijdens de zitting in een machtiging tot uithuisplaatsing bij de tante moederszijde, gevolgd door een machtiging tot plaatsing bij Auriga. Dit vanwege het feit dat de minderjarige klaar was met leren binnen de gesloten setting en een overplaatsing naar Auriga wenselijk was, maar door de coronamaatregelen de wenafspraken niet konden plaatsvinden.
De minderjarige, haar ouders en de gedragswetenschapper steunden het gewijzigde verzoek en gaven aan dat een verblijf bij de tante een reëel en beter alternatief was dan gesloten jeugdhulp. De kinderrechter oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding en verleende de machtiging tot plaatsing bij de tante, gevolgd door Auriga, en wees het verzoek om gesloten jeugdhulp af.
De beschikking is mondeling gegeven op 1 mei 2020 en schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.