Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 29 maart 2018;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 24 juli 2018;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek tevens houdende wijziging verzoeken met bijlagen van de man, ingekomen op 19 september 2018;
- de brief van de zijde van de vrouw van 16 oktober 2018;
- de brief met bijlagen van de vrouw van 29 augustus 2019 tevens houdende aanvullende verzoeken;
- de brief met bijlagen van de man van 29 augustus 2019 tevens houdende aanvullende verzoeken;
- de brief met bijlagen van de vrouw van 30 september 2019;
- het verweerschrift op de aanvullende verzoeken tevens houdende wijziging verzoeken met bijlagen van de man, ingekomen op 31 december 2019;
- het verweerschrift op zelfstandig verzoek tevens wijziging zelfstandig verzoek van de vrouw, ingekomen op 24 februari 2020;
- een brief van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel te Den Haag op 18 februari 2020 met als bijlage een handgeschreven brief van na te melden minderjarigen;
- de brief met bijlagen van de vrouw van 28 februari 2020;
- de brief met bijlagen van de man van 29 februari 2020 tevens houdende aanvullende verzoeken;
- de brief met bijlagen van de man van 10 maart 2020;
- de brief van de vrouw van 11 maart 2020.
- de vrouw met haar advocaat mr. Zonnenberg;
- de man met zijn advocaten mr. Van Biezen en mr. Weermeijer;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), ter zitting vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .
2..De beoordeling
€ 5.607,- per maand. Partijen ontvingen geen kindgebonden budget.
€ 33.967,- op € 2.286,- per maand.
€ 417,- per maand, omdat deze redelijk en fiscaal aftrekbaar is.
€ 30.000,-.
€ 376,- -/- € 358,- = € 18,-.
€ 376,- -/- € 215,- = € 161,-.
€ 30.000,- bruto per jaar.
Bij geen verdiencapaciteit bedraagt de behoefte van de vrouw € 2.817,- netto per maand. Het netto inkomen bij een bruto jaarloon van € 20,000,- respectievelijk € 30.000,- wordt in mindering gebracht op haar behoefte van € 2.817 ,- per maand, waarna een aanvullende behoefte resteert van € 1.150,- netto per maand gedurende de eerste twee jaren vanaf 8 november 2020 en met ingang van 8 november 2022 € 519,- netto per maand.
- het op de Participatiewet gebaseerde normbedrag, inclusief vakantiegeld, voor een alleenstaande van € 1.052,- per maand;
- de aflossing van € 173,- per maand ter zake de studieschuld bij DUO, per 31 oktober 2019 nog groot € 1.732,54.
€ 800,- per maand bijdraagt in de woonlasten. De vrouw betwist dit gemotiveerd. In het licht van de gemotiveerde betwisting van de vrouw, is de rechtbank van oordeel dat de man onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoeveel de totale woonlast bedraagt. De rechtbank kan dus niet verifiëren waarop het bedrag van € 800,- per maand ziet en of dit de helft van de totale woonlast betreft. De rechtbank volgt daarom het standpunt van de vrouw en zal rekening houden met een woonlast van € 170,- per maand, bestaande uit een bijdrage in de woonlasten van € 400,- verminderd met de gemiddelde basishuur van € 230,-.
€ 1.931,- per maand bedraagt, zodat een draagkrachtruimte van € 772,- per maand resteert, waarbij de rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking gehechte berekening. Van deze draagkrachtruimte is 60% beschikbaar voor de partnerbijdrage, zijnde een bedrag van
€ 463,- per maand.
Uitsluiting
- primair de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 45.132,24 te betalen als vergoeding voor door hem teveel betaalde kosten van de huishouding over de jaren 2012 tot en met 2014;
- subsidiair de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 79.828,04 te betalen als vergoeding voor hem teveel betaalde kosten van de huishouding over jaren 2012 tot en met 2018;
- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- en voorwaardelijk om de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van
3..De beslissing
1 juli 2020 PRO FORMA;
1 september 2020 PRO FORMA;