ECLI:NL:RBROT:2020:4354
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 13 mei 2020 bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel die op 12 mei 2020 was opgelegd aan betrokkene, een persoon met een voorgeschiedenis van schizofrenie en recidiverende psychotische episodes. De mondelinge behandeling vond plaats op 14 mei 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een tolk telefonisch werden gehoord vanwege COVID-19 maatregelen.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en verwaarlozing, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een psychische stoornis. Betrokkene weigerde medicatie en voedsel, wat het risico op uitdroging verhoogde. De crisissituatie was dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
De rechtbank achtte het noodzakelijk om verplichte zorg voort te zetten, waaronder het toedienen van vocht, voeding en medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, toezicht en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen deze zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld.
De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 4 juni 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.