Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om één schuldeiser, ING Bank, te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Verzoeker heeft dertien concurrente schuldeisers met een totale vordering van €109.606,81, waarvan ING een vordering van €42.083,11 (38,39%) heeft. Twaalf schuldeisers stemden in met het akkoord, ING niet.
De aangeboden regeling voorziet in een betaling van 1,71% van de vordering, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard. Verzoeker werkt twee dagen per week en verwacht mogelijk uitbreiding. ING stelt dat zij recht heeft op volledige betaling en dat verzoeker niet het maximaal haalbare heeft aangeboden.
De rechtbank oordeelt dat het belang van ING bij volledige betaling erkend wordt, maar dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers die instemmen zwaarder wegen. Het voorstel is deskundig getoetst, goed gedocumenteerd en het uiterste dat verzoeker kan bieden. De rechtbank beveelt ING om in te stemmen met de regeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. ING wordt veroordeeld in de proceskosten.