ECLI:NL:RBROT:2020:4361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord tegen weigering schuldeiser ING Bank
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, gebaseerd op haar parttime dienstverband en een prognosepercentage van 7,043% betaling aan concurrente schuldeisers. Zeventien schuldeisers stemden in, maar ING Bank weigerde mee te werken en betwistte dat verzoekster het maximaal haalbare had aangeboden.
De rechtbank heeft de zaak behandeld zonder fysieke zitting vanwege de coronacrisis en heeft verzoekster en een vertegenwoordiger van de Kredietbank Rotterdam telefonisch gehoord. ING was niet bereikbaar voor de zitting en heeft haar standpunt niet mondeling toegelicht.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel van verzoekster het uiterste is wat redelijkerwijs van haar kan worden verwacht, mede gezien haar opleiding en de reële verwachting dat zij per 1 juli 2020 fulltime gaat werken. Ter compensatie wordt de duur van het minnelijk schuldsaneringstraject met vier maanden verlengd.
De belangen van verzoekster en de overige schuldeisers die instemden wegen zwaarder dan het belang van ING, die slechts een klein deel van de schuldvordering heeft en weigert mee te werken. Het verzoek wordt toegewezen, ING wordt veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt ING Bank in te stemmen met de schuldregeling en verlengt het minnelijk schuldsaneringstraject tot februari 2023.