ECLI:NL:RBROT:2020:4474

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2020
Publicatiedatum
19 mei 2020
Zaaknummer
C/10/596214 / FA RK 20-3273
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 WvggzArt. 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij verslavings- en persoonlijkheidsstoornissen

De officier van justitie verzocht op 11 mei 2020 om voortzetting van een op 10 mei 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan verslavings-, neurocognitieve- en persoonlijkheidsstoornissen. De mondelinge behandeling vond plaats op 12 mei 2020, waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord, evenals een arts van Antes GGZ.

De rechtbank stelde vast dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Dit nadeel werd vermoedelijk veroorzaakt door het gedrag voortvloeiend uit de genoemde psychische stoornissen. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.

De rechtbank achtte de verplichte zorgmaatregelen zoals bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, controle op middelengebruik en opname noodzakelijk en evenredig. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom voor drie weken toegekend, tot en met 2 juni 2020.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken tot 2 juni 2020.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/596214 / FA RK 20-3273
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 mei 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes GGZ, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,
advocaat mr. B.G.M. Frencken te ‘s-Hertogenbosch.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 mei 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 10 mei 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 10 mei 2020;
 de medische verklaring opgesteld door T. Ungurean, psychiater, van 10 mei 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz, en
 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 mei 2020. Bij die gelegenheid zijn conform artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
 O. Paans, arts, verbonden aan Antes GGZ.
1.3.
De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een persoon een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze persoon op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene in de voorliggende zaak sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept alsmede de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.1.4.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van middelengerelateerde- en verslavingsstoornissen, neurocognitieve stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.
2.1.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Betrokkene heeft voor de opname in zijn woning een woonbegeleider bedreigd met een mes. Betrokkene vertoont volgens de woonbegeleider al langere tijd onaangepast gedrag, zoals het naakt lopen over de gang en het bedreigen van mensen. Ook had betrokkene recentelijk een urineweginfectie, waarvoor antibiotica is voorgeschreven. Hierdoor is mogelijk een delirant beeld ontstaan. Daarnaast is betrokkene bekend met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en alcoholmisbruik. Bij aankomst op de beoordelingslocatie heeft betrokkene verpleegkundigen in het gezicht gehoest, was hij dreigend en niet corrigeerbaar als gevolg waarvan hij is gesepareerd.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het insluiten;
 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, en
 het opnemen in een accommodatie.
2.2.2.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Volgens de arts is er binnen de kliniek evenwel geen mogelijkheid tot een gesprek met betrokkene geweest. Betrokkene geeft geen inzicht in zijn belevingswereld en zegt alleen dood te willen. Voor diagnostiek is enige medewerking van betrokkene nodig, wat op dit moment ontbreekt. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.4.
De voorgestelde verplichte zorg is naar het oordeel van de rechtbank evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 juni 2020;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 12 mei 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 19 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.