ECLI:NL:RBROT:2020:4482
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht op 13 mei 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 12 mei 2020 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan een autisme spectrum stoornis, OCD en een licht verstandelijke beperking. De mondelinge behandeling vond plaats op 14 mei 2020, telefonisch vanwege COVID-19, waarbij betrokkene, zijn advocaat, behandelaars en curator werden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en agressie jegens derden, veroorzaakt door een psychische stoornis. Betrokkene vertoonde agressief gedrag tijdens opname, leidend tot separatie. De crisissituatie was zo ernstig dat de reguliere zorgmachtigingsprocedure niet kon worden afgewacht.
De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid en bezoekrecht, en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar zijn bereidheid tot vrijwillige opname werd als inconsistent beoordeeld. Er waren geen minder bezwarende alternatieven.
De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld, rekening houdend met bevordering van maatschappelijke deelname en veiligheid. De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, tot en met 4 juni 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 4 juni 2020.