De zaak betreft een geschil tussen eigenaar en huurders over de vraag of een huurovereenkomst is gesloten voor een autogarage, showroom en tankstation, en of deze overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden. De eigenaar vordert ontbinding en ontruiming van de panden en schadevergoeding wegens huurachterstand. De huurders betwisten het bestaan van een geldige huurovereenkomst voor de showroom en tankstation en stellen dat de tankstation alleen onder voorwaarde gehuurd kon worden.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst voor de showroom per 1 april 2019 is beëindigd en dat het gebruik daarvan door de huurders kan worden genegeerd. Voor de autogarage is een overeenkomst van overname gesloten, maar geen formele huurovereenkomst. De tankstation is onder een opschortende voorwaarde gehuurd, namelijk dat het voldoet aan wettelijke eisen. De rechtbank oordeelt dat het tankstation tot 13 februari 2019 niet aan deze eisen voldeed vanwege milieu- en vergunningenproblemen.
De ontbinding van de overeenkomst door de huurders is betwist en de rechtbank acht nadere informatie nodig over de vervulling van de opschortende voorwaarde en de gevolgen van de ontbinding. Daarom wordt een comparitie van partijen bepaald om de standpunten nader toe te lichten en te onderzoeken of een schikking mogelijk is. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.