ECLI:NL:RBROT:2020:4551
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord tegen weigering schuldeiser ING Bank
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om ING Bank te dwingen in te stemmen met een schuldregeling die 30,03% betaling aan schuldeisers inhoudt. ING Bank, met een vordering van €17.289,36, stemde niet in. De rechtbank heeft de zaak behandeld zonder fysieke zitting vanwege de coronacrisis en heeft verzoeker, diens beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlening telefonisch gehoord. ING Bank heeft niet gereageerd.
De rechtbank overweegt dat hoewel schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling, de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers die het akkoord accepteren zwaarder wegen. Het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoeker heeft een stabiele financiële situatie met een fulltime dienstverband en beschermingsbewind, waardoor het risico op nieuwe schulden gering is.
De rechtbank concludeert dat het dwangakkoord het beste resultaat biedt voor schuldeisers in vergelijking met een schuldsaneringsregeling, die kosten met zich meebrengt en minder oplevert. Daarom beveelt zij ING Bank om in te stemmen met de regeling, veroordeelt ING Bank in de proceskosten en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: ING Bank wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.