ECLI:NL:RBROT:2020:4553
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord tegen weigering Gemeente Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de Gemeente Rotterdam te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die zij weigerde te accepteren. De regeling betrof een betaling van 6,69% aan preferente en 3,35% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker die voor 65% arbeidsongeschikt is verklaard.
De Gemeente Rotterdam beriep zich op haar belang bij volledige voldoening van haar vordering en het wettelijk verbod om medewerking te verlenen bij vorderingen die niet te goeder trouw zijn ontstaan. De rechtbank stelde vast dat verzoeker sinds het ontstaan van de schuld zijn financiële situatie stabiel heeft en onder beschermingsbewind staat, en dat het voorstel het uiterste is wat verzoeker kan bieden.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoeker en de overige schuldeisers, die met de regeling instemden, zwaarder weegt dan het belang van de Gemeente Rotterdam. Daarom werd de Gemeente Rotterdam bevolen in te stemmen met het akkoord, en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De kosten van de procedure werden begroot op nihil.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Gemeente Rotterdam om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af.