Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:4555

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 mei 2020
Publicatiedatum
25 mei 2020
Zaaknummer
16.2702 EA
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 352 FaillissementswetArt. 349a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schone lei en verlenging schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schuld tijdens regeling

De rechtbank Rotterdam behandelde op 15 mei 2020 een verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, die sinds 15 februari 2017 van toepassing was. De bewindvoerder rapporteerde over de stand van zaken en de rechtbank hield een telefonische zitting vanwege de coronacrisis.

De schuldsaneringsregeling biedt na drie jaar de mogelijkheid tot een schone lei, waarbij een groot deel van de schuld niet langer opeisbaar is. Echter, schuldenares had tijdens de regeling een nieuwe schuld bij de Gemeente Rotterdam laten ontstaan van circa €3.551,-. De bewindvoerder en advocaat stelden een betalingsvoorstel voor om deze nieuwe schuld af te lossen, waarbij ook vakantiegeld en het bewindvoerderssalaris worden ingezet.

De rechtbank oordeelde dat deze tekortkoming toerekenbaar was, maar gaf schuldenares de kans om de schuld te voldoen. Daarom werd de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengd met twee jaar tot 15 februari 2022. Gedurende deze verlenging vervalt de reguliere afdrachtsverplichting, blijft de boedelbijdrage voor het bewindvoerderssalaris verschuldigd, en gelden aangepaste informatieverplichtingen. Een restschuld tot €800,- wordt geaccepteerd mits een betalingsregeling wordt getroffen. Bij vervroegde voldoening kan verkorting van de regeling worden verzocht.

Uitkomst: De rechtbank wijst de schone lei af en verlengt de schuldsaneringsregeling met twee jaar tot 15 februari 2022 vanwege het ontstaan van een nieuwe schuld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlenging termijn schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 mei 2020
Bij vonnis van deze rechtbank van 15 februari 2017 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
[adres]
[woonplaats]
schuldenares,
bewindvoerder: M. Zomerdijk.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft op 15 november 2019 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Op 29 april 2020 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken (hierna: LSVZ).
De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Coronacrisis (hierna: TARIC) geen fysieke zitting plaats doen vinden. Op 6 mei 2020 zijn schuldenares, mevrouw M. Zomerdijk, werkzaam bij Sociaal.nl Schuldsanering B.V. (hierna: bewindvoerder) en de advocaat van schuldenares, de heer mr. A.P. Stipdonk, werkzaam bij Claves Advocaten, telefonisch gehoord.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 61.153,81 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo mogen er tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen nieuwe schulden ontstaan. De rechtbank stelt echter vast dat schuldenares bij de Gemeente Rotterdam een nieuwe schuld heeft laten ontstaan van op dit moment (voor zover thans bekend is) € 3.551,-.
Mr. Stipdonk heeft ter telefonische zitting opgemerkt dat de hoogte van de boete nog niet vast staat en dat voornoemd bedrag uiteindelijk lager uit kan vallen. Daarnaast heeft hij aangegeven dat schuldenares reeds een bedrag ad € 421,04 van de nieuwe schuld heeft voldaan vanuit een betalingsregeling ad € 53,63 per maand die schuldenares sinds september 2019 met de Gemeente Rotterdam heeft afgesloten.
Ter zitting heeft mr. Stipdonk namens schuldenares een betalingsvoorstel gedaan ter afbetaling van deze nieuwe schuld van schuldenares aan de Gemeente Rotterdam. Schuldenares zal maandelijks een bedrag betalen ter inlossing van de nieuwe schuld, alsmede het vrij te laten deel van het vakantiegeld daartoe gebruiken. Daarnaast zal zij gedurende de verlenging het bewindvoerderssalaris blijven voldoen.
Gelet op het voorstel van schuldenares ziet de rechtbank voldoende aanleiding schuldenares in de gelegenheid te stellen om de tekortkoming te herstellen en in aanmerking te komen voor een schone lei aan het einde van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank zal op die basis de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met twee jaar tot en met 15 februari 2022.
De reguliere afdrachtsverplichting zal tijdens de verlenging komen te vervallen. Schuldenares zal gedurende de verlenging wel de maandelijkse boedelbijdrage ten behoeve van het salaris van de bewindvoerder verschuldigd zijn. De informatie- en sollicitatieverplichting gelden tijdens de verlenging niet, met uitzondering van de informatieplicht met betrekking tot de aflossing van de nieuwe schuld. De verplichting om geen nieuwe schulden te maken zal onverkort van kracht zijn.
Ter zitting is besproken dat niet kan worden uitgesloten dat ondanks de maximale verlenging een restschuld aan de Gemeente Rotterdam zal overblijven van € 800,-. Reeds thans wordt geoordeeld dat als de restschuld aan de Gemeente Rotterdam tot dat bedrag beperkt blijft en er overigens geen nieuwe schulden zijn ontstaan deze restschuld niet aan de verlening van de schone lei in de weg zal staan, op voorwaarde dat ook voor dat restbedrag een betalingsregeling met de Gemeente Rotterdam overeengekomen zal zijn.
Indien de nieuwe schuld eerder zou zijn voldaan, kan om verkorting van de termijn van de schuldsaneringsregeling worden verzocht.

4.De beslissing

De rechtbank:
- stelt vast dat de schuldenares toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- stelt de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is vast op vijf jaar, ingaande op de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, derhalve tot 15 februari 2022;
- bepaalt dat gedurende de verlenging:
- de inspanningsverplichting niet van toepassing is;
- de afdrachtsverplichting beperkt is tot betaling van het bewindvoerderssalaris; en
- de afloscapaciteit voor het overige kan worden ingezet voor het inlopen van de nieuwe schuld;
- de informatieverplichting beperkt is tot het informeren over het inlossen van de nieuwe schuld;
- de verplichting om geen nieuwe schulden te maken onverkort van toepassing blijft.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2020. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.