ECLI:NL:RBROT:2020:4581
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene lijdt aan een bipolaire stoornis, autismespectrumstoornis en beginnende Alzheimer. Uit de medische verklaringen en het zorgplan blijkt dat betrokkene zonder verplichte zorg een aanzienlijk risico loopt op ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, vooral door het staken van medicatie wat in het verleden heeft geleid tot manische psychoses.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en zijn zoon telefonisch gehoord. De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om ernstig nadeel af te wenden. De verplichte zorg betreft het toedienen van medicatie en medische controles, terwijl het toedienen van vocht en voeding niet noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 21 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen ter voorkoming van ernstig nadeel door psychische stoornis.