Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Stadswonen Rotterdam,
Rechtbank Rotterdam
De huurder verhuurde haar sociale huurwoning zonder toestemming via Airbnb. Stadswonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, alsmede afdracht van de winst uit de onderverhuur.
De huurder had tijdens een emotioneel gesprek een formulier tot huurbeëindiging ondertekend, maar stelde later dat zij onder druk was gezet en niet vrijwillig had opgezegd. De kantonrechter oordeelde dat Stadswonen onvoldoende had onderzocht of de huurder daadwerkelijk wilde opzeggen, waardoor de opzegging niet rechtsgeldig was.
Subsidiair werd ontbinding gevorderd wegens tekortkoming door ongeoorloofde onderverhuur. De kantonrechter vond de tekortkoming te gering en de gevolgen voor de huurder te ernstig, mede vanwege haar persoonlijke omstandigheden en de krapte op de sociale huurmarkt.
De huurder werd wel veroordeeld tot betaling van de winst uit vier Airbnb-verhuurperioden, een bedrag van € 1.541,93. Proceskosten werden gecompenseerd. De vorderingen tot ontbinding en ontruiming werden afgewezen.
Uitkomst: De opzegging van de huurovereenkomst is niet rechtsgeldig, ontbinding wordt afgewezen, maar de huurder wordt veroordeeld tot afdracht van € 1.541,93 winst uit Airbnb-verhuur.