ECLI:NL:RBROT:2020:4673
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijksgoederengemeenschap met nadere informatieverzoeken
De rechtbank Rotterdam heeft op 13 mei 2020 een tussenvonnis gewezen in een procedure tussen partijen die worden aangeduid als 'de man' en 'de vrouw', betreffende de afwikkeling van hun huwelijksgoederengemeenschap.
In het tussenvonnis van 19 februari 2020 was aan partijen gevraagd nadere informatie te verstrekken. De vrouw heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij na aftrek van hypotheek en kosten een bedrag van €53.069,58 heeft ontvangen voor de woning aan een adres. De man heeft recht op de helft van dit bedrag.
De vrouw heeft geen informatie verschaft over een levensverzekeringspolis die volgens de man een waarde van €15.000 heeft en is afgesloten in verband met de hypothecaire lening voor de woning. De rechtbank geeft de vrouw nog een laatste gelegenheid om zich hierover uit te laten om verdere procedures of hoger beroep te voorkomen.
Daarnaast stelt de man dat de waarde van een woning in Turkije €21.111 bedraagt en dat hij €10.000 van zijn broer heeft geleend voor de aankoop. Ook is een auto in Turkije in 2015 verkocht voor €3.148,12. De man stelt per saldo recht te hebben op €19.405,23. De vrouw krijgt nog de gelegenheid om op deze stellingen te reageren, waarna de man daarop weer mag reageren.
De rechtbank verwijst de zaak naar de rol van 10 juni 2020 voor nadere conclusies en houdt iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere conclusies over de levensverzekeringspolis en Turkse bezittingen.