Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking ondertoezichtstelling
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,
[naam minderjarige] ,
[naam moeder] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden vanwege een kwetsbare opvoedsituatie. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en woont met de minderjarige in een moeder-kind-huis van ASVZ, waar zij intensieve begeleiding krijgen.
Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet en regels consequenter toepast, is de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd. De moeder en het kind kampen beiden met een verstandelijke beperking, en er is sprake van een onhygiënische levensstijl, gebrek aan dagbesteding en sociale contacten, en slaapproblemen bij de minderjarige.
De moeder heeft in het verleden hulpverlening niet altijd geaccepteerd en heeft moeite met het eigen maken van opvoedvaardigheden. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om toezicht te houden op de hulpverlening vanuit ASVZ en om verdere intensivering van de zorg te bewerkstelligen.
De kinderrechter acht het wettelijk criterium van artikel 1:255 BW Pro vervuld en stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting voor de periode van twaalf maanden. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2020.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor twaalf maanden vanwege een kwetsbare opvoedsituatie en ernstige ontwikkelingsbedreiging.