Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
[naam minderjarige] ,
[naam moeder] ,
Het procesverloop
De feiten
Het aangehouden verzoek
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die eerder was verleend tot 14 mei 2020. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de minderjarige woont bij haar. De spoedmachtiging was verleend vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige, die opgroeit in een onveilige en onstabiele situatie met getuigenis van huiselijk geweld.
Tijdens de procedure, die vanwege coronamaatregelen telefonisch werd gevoerd, was de moeder niet bereikbaar voor de kinderrechter, maar er was wel telefonisch contact tussen de moeder en de jeugdbeschermer. De GI gaf aan dat de moeder mogelijk wil meewerken aan hulpverlening als de spoedmachtiging wordt opgeheven. De kinderrechter constateerde dat de machtiging averechts werkt doordat er geen zicht is op de verblijfplaats en omstandigheden van de moeder en minderjarige.
De kinderrechter besloot daarom de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing op te heffen met ingang van de uitspraakdatum, 8 mei 2020, en wees het verzoek tot verlenging af. De GI kan bij toename van zorgen opnieuw een machtiging aanvragen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt opgeheven met ingang van 8 mei 2020.