Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.A.F. van Ginneken, rechter in bestuurszaken, nadat deze op 8 mei 2020 een eindbeslissing had genomen in meerdere bestuursrechtelijke verzetprocedures van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat wraking slechts mogelijk is zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Omdat de rechter reeds een einduitspraak had gedaan, kon het wrakingsverzoek geen effect meer hebben en was verzoeker niet-ontvankelijk.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek tot verwijzing van de behandeling van het wrakingsverzoek naar een andere rechtbank af, omdat daarvoor geen rechtsgrond bestond. De beslissing werd zonder mondelinge behandeling genomen en schriftelijk vastgesteld op 12 mei 2020.
Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige indiening van wrakingsverzoeken en verduidelijkt de procedurele grenzen van wraking in bestuursrechtelijke procedures.