Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Schuldenaar werd in november 2017 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging omdat schuldenaar zijn informatieplicht niet nakwam, een boedelachterstand had en kort voor toelating een belastingteruggaaf niet aan de boedel had afgedragen. Tevens bleek dat schuldenaar forse schulden aan Ganzepoort B.V. niet had vermeld en betalingen aan zijn Roemeense vriendin had gedaan, wat de boedel benadeelde.
De rechtbank oordeelt dat schuldenaar zijn schulden niet te goeder trouw onbetaald heeft gelaten, onder meer omdat hij de belastingteruggaaf en betalingen aan zijn vriendin niet aan de schuldeisers heeft afgedragen. Ook heeft hij als feitelijk bestuurder van Ganzepoort B.V. onrechtmatig gehandeld door gelden van de vennootschap aan zijn privérekening en vervolgens aan zijn vriendin over te maken.
De verdediging stelde dat het minnelijk traject kort was en dat schuldenaar niet wist dat bepaalde bedragen relevant waren voor de toelating. De rechtbank wijst dit af en stelt dat schuldenaar voldoende tijd en begeleiding heeft gehad. De boedelachterstand en niet-nakoming van verplichtingen zijn onvoldoende gemotiveerd om uitstel te rechtvaardigen.
De rechtbank beëindigt daarom de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro f Faillissementswet, stelt het salaris van de bewindvoerder vast en benoemt een curator en rechter-commissaris. Er wordt een postblokkade ingesteld en faillissement van rechtswege volgt zodra het vonnis in kracht van gewijsde treedt.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw onbetaalde schulden en onrechtmatig handelen, en stelt faillissement van rechtswege vast.