ECLI:NL:RBROT:2020:4790

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2020
Publicatiedatum
2 juni 2020
Zaaknummer
C/10/596058 / FA RK 20-3198
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 WzdArt. 29 lid 1 en 2 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens ziekte van Alzheimer en dreigend ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. Deze machtiging is noodzakelijk omdat de burgemeester van Dordrecht op 6 mei 2020 een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven. De cliënt verblijft in woon- en zorgcentrum De Merwelanden te Dordrecht.

Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, werden de cliënt, haar advocaat, een arts, een verzorgende en de zoon van de cliënt gehoord. Uit de medische verklaringen en observaties bleek dat de cliënt ernstig verward is, niet goed voor zichzelf kan zorgen en een aanzienlijk risico loopt op levensgevaar en verwaarlozing. De cliënt is recent positief getest op het coronavirus en vertoont verward gedrag dat niet adequaat kan worden beheerst met thuiszorg.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. Ondanks het verzet van de cliënt, die terug wil naar haar eigen woning, wordt de machtiging verleend tot en met 22 juni 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 22 juni 2020.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/596058 / FA RK 20-3198
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 11 mei 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] , [geboorteland cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende aan de [adres cliënt] , [postcode cliënt] te [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in woon- en zorgcentrum De Merwelanden te Dordrecht,
advocaat mr. R.L.I. Jansen te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 7 mei 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de beschikking van de burgemeester van 6 mei 2020;
 de verklaring van drs. J.B. Kruit, psychiater, van 6 mei 2020;
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 16 april 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 mei 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;
 [naam arts] , arts, en [naam verzorgende IG] , verzorgende IG, beiden verbonden aan de Merwelanden;
 [naam zoon cliënt] , zoon van cliënt.

2..Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
2.2.
Op 6 mei 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Dordrecht ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er
sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Cliënt is enkele jaren bekend met de ziekte van Alzheimer. Een aantal dagen geleden is zij opgenomen in het Albert Schweiter Ziekenhuis in Dordrecht nadat zij onwel is geworden. Zij is daar vervolgens positief getest op het coronavirus. In het ziekenhuis nam de onrust en verwardheid toe, waarvoor zij rustgevende medicatie heeft gekregen. Ook wist zij regelmatig niet meer waar zij was, wat zij zojuist had gedaan en kon zij gesprekken moeilijk volgen. In de accommodatie wordt dit gedrag eveneens waargenomen. Cliënt is onvoldoende in staat om voor zichzelf te zorgen, wat in de thuissituatie tot verwaarlozing heeft geleid. Het eten werd door de thuiszorg klaargezet, maar ook toezicht op de inname hiervan was nodig. Daarnaast heeft cliënt pannen op het fornuis laten aanbranden, wat voor brandgevaar heeft gezorgd. De arts verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat het inzetten van thuiszorg onvoldoende is om het ernstig nadeel weg te nemen. Cliënt heeft gedurende de gehele dag zorg en begeleiding nodig.
2.5.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van haar verblijf in de accommodatie. Tijdens de mondelinge behandeling geeft cliënt meerdere keren aan dat zij terug wil naar haar eigen woning.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juni 2020.
Deze beschikking is op 11 mei 2020 mondeling gegeven door mr. N. Doorduijn, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 15 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.