ECLI:NL:RBROT:2020:483
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring inzageverzoek procesdossiers op grond van AVG wegens misbruik van recht
Verzoeker heeft de Staat verzocht om inzage te verlenen in procesdossiers waarin hij als procespartij betrokken zou zijn geweest, met het oog op het bewijzen van zijn onschuld. De Staat heeft verweer gevoerd en betoogd dat verzoeker reeds beslissingen op soortgelijke verzoeken heeft ontvangen en dat het verzoek niet in deze procedure thuishoort.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet heeft aangetoond dat hij een inzageverzoek aan de Staat heeft gedaan en dat hij een antwoord daarop heeft ontvangen, waardoor niet inhoudelijk op het verzoek kan worden beslist. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het recht op inzage volgens artikel 15 AVG Pro niet zonder meer recht geeft op inzage in of kopieën van processtukken, maar op een begrijpelijk overzicht van persoonsgegevens.
Verder is vastgesteld dat verzoeker met het veelvuldig indienen van dergelijke verzoeken misbruik van recht maakt, omdat het inzagerecht wordt ingezet om onschuld te bewijzen en niet om persoonsgegevens te controleren. Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om inzage en veroordeeld in de proceskosten.